Snippets from a poet’s diary (Flarden uit het dagboek van een dichteres) / Hannie Rouweler

Hannie Rouweler

 

Snippets from a poet’s diary

Times have changed. It takes time to adjust to new circumstances, especially if you are elderly. Still, it is better, in all circumstances, that you maintain some degree of flexibility because so many elderly people are suddenly confronted with severe changes and loss. Nobody wants to turn into a plum pudding. Then it is important to have a few straws, and not just friends and family, but above all activities that give content and meaning to your daily life.

It is very hot and we are dealing with a long heat wave. We have to keep our distance for health reasons, but the coasts are packed with people. I really don’t understand this at all, because just to be able to get close to the sea, you find yourself in hours of traffic jams of cars, caravans, campers. To be able to sit among people with sweaty bodies, feeling sand between your toes, and children asking for a bottle of soda and food at every turn, building sandcastles in the meantime, to be able to look at a tide line and a large blue surface with at the end a long line.

I am home. For me, this imposed standstill is also a period of reflection. This includes doing things that may be unattractive to others and the opposite of what you want to do: writing. Writers and poets also have moments when they leave their pen, get on a bicycle to get moving, some fresh air, visit friends to hear or share the latest news. To be honest, I do, but rarely. For a long time I have not been so interested in all that news and that being together, which usually involves some superficial questions, out of interest, looking at a new house or new furniture or a new car, and then the rest. “It was fun,” you hear back. You can philosophize for hours about what is cozy, fun. It can then become even cozier or suddenly a lot less cozy, less fun on closer inspection.

This is how poets gather their themes. If there is an urge, it is an impulse to start writing. I can only speak for myself. It is a physical, almost biological urge. It is not only in my mind, but it is in my body. And the poem always, or almost always, writes itself. There must be some reason or a poetry line that keeps me going to get started. The process is the same as with painting, you take the paint box, tubes, plastic board and already press some colours on the palette. That is the beginning, the beginning of an intention, which is not yet clear at that moment. I like to be surprised by the words, the words themselves also have to be willing to cooperate to get something on paper. I only delete words, lines, at the very last stage, when I am convinced that it is better to get those words out.

Ultimately you keep coming back to language, language with all its possibilities and variants. The poem often emerged from reality, appears to have wings, reaches for something higher, almost inimitable and almost untouchable, and loses sight of reality. Then it returns to the ground via detours, via extra-sensible and extra-daily proportions, an airplane that disappears into the clouds after take-off, an unearthly environment, descends on a runway after a long time. It is therefore very important to describe the flight path in words, especially if the landing is a remote island and rotating movements above water are necessary.

 

Flarden uit het dagboek van een dichteres

De tijden zijn veranderd. Het kost al genoeg tijd om je aan te passen aan nieuwe omstandigheden, vooral als je op leeftijd bent. Toch is dat beter, in alle omstandigheden, dat je enige mate van flexibiliteit bewaart omdat zoveel ouderen ineens geconfronteerd worden met heftige veranderingen en verlies. Niemand wil in een plumpudding veranderen. Dan is het belangrijk een paar strohalmen te hebben, en niet alleen vrienden en familie, maar vooral bezigheden die jouw dagelijks leven inhoud en betekenis geven, en zin.

Het is bloedheet en we kampen met een langdurige hittegolf. We moeten afstand van elkaar houden, om gezondheidsredenen, maar langs de kusten ligt het tjokvol mensen. Daar begrijp ik echt niets van, want alleen al om in de buurt van de zee te kunnen komen, sta je in urenlange files auto’s, caravans, campers. Om tussen mensen met zwetende lijven te kunnen zitten, zand tussen je tenen te voelen, en kinderen die om de haverklap om een fles frisdrank en eten vragen, intussen zandkastelen bouwen, om naar een vloedlijn te kunnen kijken en een groot blauw vlak met aan het eind een lange streep.

Ik ben thuis. Voor mij is deze opgelegde stilstand ook een periode van bezinning. Daarbij hoort dat je dingen doet die voor anderen misschien wel onaantrekkelijk en het tegendeel zijn van wat jij wilt: schrijven. Ook schrijvers en dichters kennen momenten dat ze de pen laten liggen, op de fiets stappen om in beweging te komen, een frisse neus halen, op bezoek gaan bij vrienden om de laatste nieuwtjes te horen of te delen. Eerlijk gezegd doe ik dat ook, maar zelden. Ik ben al erg lang niet meer zo geïnteresseerd in al die nieuwtjes en dat samen zijn, dat meestal gepaard gaat met wat oppervlakkige vragen, uit belangstelling, het bekijken van een nieuw huis of nieuwe meubels of een nieuwe auto, en dan de rest. “Het was gezellig,” hoor je dan terug. Over wat gezellig is kun je uren filosoferen. Het kan dan nog gezelliger worden of ineens een heel stuk minder gezellig, bij nader inzien.

Zo zoeken dichters ook hun thema’s. Als er aandrang is, dan is dat een impuls om te beginnen met schrijven. Ik kan alleen maar namens mijzelf spreken. Het is een fysieke bijna biologische aandrang. Het zit niet in mijn gedachten alleen, maar het zit in mijn lijf. En het gedicht schrijft zichzelf altijd, of bijna altijd. Er moet wel een aanleiding zijn, of een regel die mij vasthoudt om een begin te maken. Het proces is hetzelfde als met schilderen, je pakt de verfdoos, tubes, plastic bord en drukt alvast wat kleuren op het palet. Dat is het begin, het begin van een bedoeling, die op dat moment nog niet duidelijk is. Ik laat me graag verrassen door de woorden, de woorden moeten zelf ook willen meewerken om iets op papier te krijgen. Aan verwijderen doe ik pas iets, in het allerlaatste stadium, als ik ervan overtuigd ben dat het beter is om die woorden eruit te halen.

Uiteindelijk kom je steeds weer terug bij taal, taal met al haar mogelijkheden en varianten. Het gedicht vaak ontstaan uit de werkelijkheid blijkt vleugels te hebben, grijpt naar iets hoger, bijna onnavolgbaar en bijna onaantastbaar en verliest de werkelijkheid uit het oog. Vervolgens keert het via omwegen, via buiten-zinnige en buiten-dagelijkse proporties, terug naar de grond, een vliegtuig dat na take off in de wolken verdwijnt, een onaardse omgeving, na langere tijd daalt op een runway. Het is dan ook van groot belang de aanvliegroute in woorden te vangen, zeker als de landing een afgelegen eiland is en draaiende bewegingen boven water noodzakelijk zijn.

 

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s