Mark Meekers (Belgium)


Mark Meekers

Studeerde Wijsbegeerte en Letteren (Moderne geschiedenis, KU Leuven). 80 Publicaties in boek- of brochurevorm (27 bundels poëzie, 1 roman, 3 kunstmonografieën, essaybundels, bloemlezingen en verzamelbundels). Hij schreef kortverhalen, recensies, chanson- en liedteksten, zat in talrijke redacties en was juryvoorzitter van een tiental poëziewedstrijden. Zijn gedichten werden vertaald, op muziek gezet en in vele tijdschriften, kranten en bloemlezingen opgenomen.

Hij was oprichter en voorzitter van het dichterscollectief Mengmettaal (1991-2006), voorzitter van de Nederlands-Vlaamse Vereniging Concept, eerste dorpsdichter van Doel (2007-09), poëzie-ambassadeur van Vlaams-Brabant (2009). Eregast op het “Woordfees” (Windhoek 2013). Hij werd vele malen bekroond voor poëzie, essay en kortverhaal: “Hugo Claus en Mark Meekers zijn de meest bekroonde Vlaamse dichters” (Het goud van de Vlaamse Letteren / De Standaard).

Zijn visuele poëzie vormt de brug tussen literatuur en beeldende kunst. Onder zijn echte naam Marcel Rademakers is hij eveneens actief als beeldend kunstenaar. Hij was medestichter van de internationale groep ‘Lumen Numen’ (Antwerpen, 1957) en stichter van de internationale groep ‘Fusion, artistes peintres du Sud-Ouest’ (Dordogne, Frankrijk 1982). Hij exposeerde 140 maal in binnen- en buitenland (25 solotentoonstellngen).

 
Mark Meekers

Studied Philosophy and Letters (Modern History, KU Leuven). 80 Publications (27 collections of poetry, 1 novel, 3 art monographs, collections of essays, anthologies and collections). He wrote short stories, reviews, chanson and song texts, was on numerous editorial boards and was chairman of the jury for ten poetry competitions. His poems have been translated, set to music and included in many magazines, newspapers and anthologies. He was founder and chairman of the poet collective Mengmettaal (1991-2006), chairman of the Dutch-Flemish Association Concept, first village poet of Doel (2007-09), poetry ambassador of Flemish Brabant (2009). Guest of Honor at the “Woordfees” (Windhoek 2013). He has been awarded many times for poetry, essay and short story: “Hugo Claus and Mark Meekers are the most awarded Flemish poets” (Het goud van de Vlaamse Letteren / De Standaard).

His visual poetry forms the bridge between literature and visual art. He is also active as a visual artist under his real name Marcel Rademakers. He was co-founder of the international group “Lumen Numen” (Antwerp, 1957) and founder of the international group
Fusion, artistes peintres du Sud-Ouest (Dordogne, France 1982). He has exhibited at home and abroad (25 solo exhibitions, 145 group exhibitions).

 
DOOR DE MANGEL

eerst schudde hij een big bang uit zijn god-
delijke mouw. mijn 206 botjes trilden, maar
gaven niet de geest. in de astronomie is
medeleven een onbekend begrip. hij ziet

het groot, houdt van contrasten. dan speelt
hij het listig, in het kleine, gaat viraal: wil
hij ons besmetten? neus aan neus met god,
geïnhaleerd en uitgehoest. zijn corona past

niet rond mijn hoofd. god staat niet meer
in mijn inhoudstafel. ik blijf achter eenzamer
dan mezelf. hoop geeft geen muurvast punt
om een ladder tegenaan te zetten. angst
heeft gebroken sporten. niets klimt hoger
dan een vogel. naai ik mezelf vleugels aan?

niets laat ik na, geen zeepbel, geen gat,
maar geen kwaad woord over dit heerlijk
ongerijmd bestaan. geen traan die zilver
waard is. toch wil ik jou voor niets, voor
geen engel of hemellichaam in het heelal
missen.

 

TROUGH A MANGLE

first he shook a big bang out of his divine
sleeve. my 206 bones were shaking, but
did not give up the ghost. in astronomy
compassion is an unknown concept.

he sees it great, likes contrasts. than he plays
cunningly, in a tiny way, goes viral: does he
want to infect us? nose to nose with god,
inhaled and coughed up. his corona doesn’t

fit around my head. god no longer appears in
my table of contents. I’m left behind more lonely
than myself. hope does not give a fixed
handle to put a ladder up against. fear
has broken steps. nothing climbs higher
than a bird. should i sew wings onto myself?

nothing i leave behind, no bubble, no hole,
but no bad word about this delicious
absurd existence. no tear that is worth silver.
nevertheless i don’t want to miss you,
not for an angel nor celestial body
in the universe.

 

VA-ET-VIENT

het vijvertje te vierkant om te knipogen,
waar herten en everzwijnen hun spiegel-
beeld komen drinken, vrouwen ooit hun
grauwe lichamen uit de lakens wasten.

de steen als ijkpunt, waarrond de velden
en de winden draaien. de vaarzen rillen
op hun jonge poten. wie plantte die nieuws-
gierigheid in hun ogen?

het nieuwe valt al af
dort, okert. de processierupsen steken
de ogen van de hond in brand. insecten
snuiven lijm aan een vliegenvangerslint.

hagelstorm tekent elk blad met wonden.
oorlog tussen de luchtlagen. kastanjelaars
verliezen hun tongen. de eiken laten hun
grootspraak varen, kalen. het zwijgen van
het woud haveloos als ’n jas zonder voering.

 

BACK AND FORTH

the pond too square to wink, where
deer and wild boar come to drink their
mirror image, women once washed
their gray bodies out of the sheets.

the stone as a benchmark, around which
the fields and the winds turn. the heifers
shiver on their young legs. who planted
that curiosity in their eyes?

the new is already falling down
dries, ochres. the processionary
caterpillars set the dog’s eyes on fire.
insects sniff glue on a flycatcher ribbon.

hail storm marks every leaf with wounds.
war between the layers of air. chestnuts
lose their tongues. the oaks leave
their boast behind, go bald. the silence of
the forest shabby as a coat without a lining.

 

NAGERECHT

de olijfgroene sofa, tussen geschilderde
en gebeeldhouwde marmeren mensen,
onder een luster, een brandende struik
van kristal, met één afgebroken arm.

wie ernaar keek, voelde het: dit kan niet
blijven duren. negen kinderen, allemaal
nog in leven. te rijkelijk gezegend met
geluk om van deze tijd te zijn. het rook

naar een laatste avondmaal. de stemmen
werden stiller, afgemat door de wijnen.
de sauskom en verhalen met gaten gingen
de tafel rond. het dessert keek ons aan.

de lampen flikkerden uit ongeduld: waar
blijven de lepeltjes? vader legde zijn hoofd
op tafel, sliep voor altijd in. god werd er
nog bijgeroepen. de kriekjes werden koud.

 

DESSERT

the olive green sofa, between
painted and sculpted marble people,
under a chandelier, a burning crystal
bush, with one broken arm.

who looked at it, felt it: this cannot last
much longer. nine children, all of them
still alive. too richly blessed with luck
to be of this time. it smelled like

a last supper. the voices became
quieter, jaded by the wines. the gravy
bowl and stories with holes went around
the table. the dessert looked at us.

the lamps flickered impatiently: where
are the spoons? father put his head on
the table, fell asleep forever. god was
still called in. the black cherries got cold.

 

EEN STEEN AAN HET WOORD

is er iets keicooler dan stenen? schijnbaar
roerloos. toch reizen zij met gletsjers en
hellingen mee, in een andere tijd (‘n eeuw
is slechts een splinter van de eeuwigheid).

zwerfstenen zijn onze clochards. maar zij
zijn ook mijlpaal, grafsteen. Petrus stoelde
zijn kerk op ons in rotsvast vertrouwen.
samen bouwen wij huizen, kasseien straten.

wij jammeren niet als een beeldhouwer
ons met zijn hamer slaat. wij zijn de slaven
van Michel-Angelo, de engelen der kathe-
dralen, schandelijke molensteen om de hals.

ik heb het recht om de eerste steen te wer-
pen, ken geen klassenverschil. diamanten
zijn stenen des aanstoots, de echte edel-
steen is de vuurkei waaruit ik woorden sla.

 

A STONE IS SPEAKING

is there anything cooler than stones?
seemingly motionless. yet they travel with
glaciers and slopes, in a different time
(a century is only a splinter of eternity).

erratic blocks are our clochards. but they are
also milestone, gravestone. Peter based
his church on us in rock-solid confidence.
together we build houses, cobblestone streets

we do not moan when a sculptor hits us
with his hammer. we are the slaves of
Michel-Angelo, the angels of the cathedrals,
disgraceful millstone around the neck.

I have the right to cast the first stone,
don’t know class difference. diamonds
are stumbling blocks, the real gemstone
is the flint from which I knock off words.

 

3D PRINTING

ze hadden het tevergeefs met een engel
geprobeerd: een plakkerige pluk pluimen.
god is niet in woorden te vatten, maar wel
in een 3D-printer. ze wilden hem écht zien,

een lichtbeeld betasten, hun vingers eraan
verbranden. ze tikten zijn parameters in:

rechtvaardig, alomtegenwoordig, liefdevol.
onsterfelijkheid in plastiek, metaal, beton?

liefst in menselijke cellen. alle priesters o-
verbodig, geen wierookvaten, kruisen of
zegeningen, enkel een rood gelakte nagel
die de knop indrukt. het gezoem leek op

een lang gerekt gebed: geen driedimen-
sioneel beeld, maar spraakmakende leegte.

een te klein toestel, te lage resolutie? mis-
schien bestaat hij in een vierde dimensie?

 

3D PRINTING

in vain they had tried it with an angel:
a sticky tuft of feathers. god cannot be
put into words, but cán be put in a 3D printer.
they really wanted to see him,

touch a light image, burn their fingers.
they typed in his parameters:

righteous, ubiquitous, full of love.
immortality in plastic, metal, concrete?

preferably in human cells. all priests
superfluous, no censers, crosses or
blessings, just a red painted nail
pressing the button. the buzz resembled

a long outspun prayer: no three-dimensional
image, but sensational emptiness.

too small a device, too low resolution?
perhaps he exists in a fourth dimension?

Translation: Eline Rademakers

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s