Amy de La Haye (Netherland)

Amy de La Haye
 
Amy de La Haye (1967). Since 1990 individual, social involvement, cultural diversity, emancipation and ICT have been her field of work. She worked at various government agencies as an ICT teacher, educational advisor, cultural worker and web editor. As a cultural entrepreneur she is busy with poetry, reciting, (script) writing, filming. ‘On the cutting table of life’ is her debut collection (2016).Together with the poet Gerhard te Winkel she published ‘Zomerzotjes’ (Summer Follies) in 2018. 
Translator of the first two poems in this collection is Hannie Rouweler.
 
 
De deugd van het minnen
 
onnozelaars in mantels van streken vuig
beduiden ons benepen normen
onwelwillend over ‘t minnen in al haar vormen
de afkeur zichtbaar in de ogen
in de mond de woorden ruig
in mijn nabijheid wordt de liefde
voor dezelfde sekse niet gehoond
geen ziel in ‘t voorbijgaan blijft on-gegroet
de jongeling die schoppend zijn wegen aftast niet beboet
en de zwaar gereformeerde deerne die zich in een broek hijst
onderweg naar school met gepast begrip beloond
ik aanschouwde hoe zij bloosde
van oor tot oor door haar zwart fluwelen huid
en hoe haar witte prins haar noestig zijn liefde beduidt
content en geruisloos zijn schaamte verloor
ik breek de lans, voor de liefde en haar minnen in veelkoppigheid
beseffend dat ieder mens, louter zoekt naar -bijval- voor altijd
die vriend met wie ik oproeide als vriendin
hielp ik uit zijn beschroomd gewaad
ontpopte zij zich tot teerbeminde
nimmer meer beheimst of desolaat
ik strijd voor liefde, in alle vormen wil ik haar bedingen
voor de afvalligen en de ontheemden
die in veelvoud vlieden
omdat zij waagden zijwaarts te springen
onderwijl onoorbaar bejegend
door onder ons bekrompen lieden
nog nooit hoorde ik een kuier schrander spreken
over hoe hij een zuiderling binnen liet
in etablissementen waar deze vaak stond
voor een gesloten deur
omdat zijn huid of religie behoorde tot een keur
die bij menigeen afkeer opriep
Maar ware liefde laat zich niet met graagte weven
met afkomst, religie of palet
nog in uitgesproken plicht of wet
zelfs niet op smetteloos wit beschreven
ik breek de lans, voor de liefde en haar minnen in veelkoppigheid
beseffend dat ieder mens, louter zoekt naar -acceptatie- voor altijd.
 
 
 
The virtue of love
 
simplists in coats with strokes of dirt
signify our poor standards
reluctant about love in all its forms
the rejection visible in the eyes
the words roughly in their mouth
in my presence love for the same sex
is not honed
no soul passing by remains non greeted
the youngster, who‘s kicking searching his ways, not fined
and the heavily reformed girl who pulls herself in pants
on her way to school rewarded with proper understanding
I saw how she blushed
from ear to ear through her black velvet skin
and how sturdy her white prince declares his love
satisfied and silent lost his shame
I break the lance for love and its loves in many appearances
realizing that each human being, purely is searching for – apprehension – forever
that boy with whom I grew up as a girlfriend
I helped her out of his timid robes
she turned into a beloved one
never again secrecy or desolation
I fight for love, I want to serve her in all forms
for the apostates and the displaced
that flee in multiples
because they dared to jump sideways
meanwhile treated improperly
by people amongst us that are narrow-minded
never before did I hear a talkative speak smartly
about how he let in a southerner
in establishments where he often stood
for a closed door
because his skin or religion belonged to a label
evoking dislike in lots of people
But true love does not let itself be woven with pleasure
with origin, religion or palette
nor in outspoken duty or law,
not even written on spotless white
I break the lance, for love and its loves in many appearances
realizing that each person, purely is searching for -acceptance- forever.
 
 
 
Niet des vluchtelings
 
Toen ze mij straften voor de woorden
die ik durfde te spreken,
ontnamen ze mij de vrijheid,
ontheemding werd mijn lot.
Dráág mij Vaderland van anderen,
verzacht mijn pijn.
Permiteer mij, mijn handen in de uwe te slaan
voor zolang ik hier mag zijn.
Met de modder van mijn geliefde moederland
nog aan mijn stukgelopen hielen,
sta ik op uw grond van Lage Landen
in mijn bijna-lijkgewaad.
En het is al wat ik bezit.
Mijn vuisten balde ik niet,
zoek geen geluk in munten
slechts een tijdelijk onderkomen,
voor mijn gehavend vlees,
mijn gebroken geest,
een vergetel-plek voor wat ooit is geweest.
Ik leerde, wie lief heeft brengt vrede
in ziel en gemoederen,
in woord en daad.
maar van wat mij hier werd toebedeeld
en verwenst bleek vervuld van afschuw
– zwart makerijkent ook hier geen fluisterend bestaan.
De omwegen welke een mens maakt
om te veranderen in een beest,
heb ik nooit kunnen achterhalen.
Zelf niet in de bloederigste straten van mijn thuis.
Sinds ik definitief heb laten varen,
dat het leven ooit bedoelt was om ‘plezierig’ te zijn,
werd alles dragelijk.
Een tijdelijk onderkomen – dacht ik,
maar als tijdelijk te lang duurt,
is er dan nog wel een weg terug?
 
 
 
Not a refugee
 
When they punished me for the words
I dared to speak,
they took freedom away from me,
displacement became my destiny.
Carry me, Fatherland of others,
soothe my pain.
Allow me, to lay my hands in yours
for as long as I will be here.
With the mud of my beloved motherland
still to my broken heels,
I stand on your ground of the Low Lands
in my almost – corpse robe.
And it’s been all what I have.
I didn’t clench my fists,
I don’t seek happiness in coins
only a temporary place to stay,
for my battered flesh,
my broken mind,
oblivion for what ever has been.
I learned, who loves brings peace
in soul and feelings,
in word and deed.
but from what was given to me here
and appeared cursed filled of horror
– also here negative talks do not
exist in a whispering.
The detours which a man makes
to transform into a beast,
I never could figure out.
Not even in the bloodiest streets of my home.
Since I finally have let go,
that life ever was meant to be ‘enjoyable’,
everything was tolerable.
A temporary place to stay – I thought,
but if temporarily takes too long,
is there still a way back?
 
 
 
Onvermijdelijk verval
 
Het porselein heeft zich vastgenageld
op de glasplaten van ons kabinet,
al lang niet meer
door anderen beroerd.
De fut blijkt
geregeld, een poging die zwicht
ik denk, maar zwijg
omdat ik de angst niet in je gemoed wil zaaien.
Wie knoopt dan nog jouw vesten dicht
-of de mijneOnze ledematen gelijk gereedschappen
te lang overwoekerd, in zwaar weer.
De vingers broos,
de haren grijs als ‘t zicht
wanneer we naar buiten staren.
Kom lief, zijg je naast mij neer.
Laat ons hand in hand,
afgunstig naar buiten loeren,
naar mensen schaars maar
jonger dan wij vandaag.
Als ik gewekt wordt door kilte
die binnenglipt tussen de spleten
van mijn tanden,
-als jij nog even slaapthum ik in mijn stoel
mijn smeekgebeden,
hum ik van het lichaam
dat ongehoorzaam is aan zijn geest.
Ik hum over half vergeten
herinneringen
en het onvermijdelijk verval
Ik hum van overgave
want dat is –al– wat overblijft.
Abrupte stilte
wanneer jouw silhouet
mijn blik ontmoet.
Door kieren van jouw witte wimpers
sluimeren oprispingen, bitterzoet,
die jij altijd met je meetorst
onder je kippa.
Trouwhartig bleef ik
aan jouw onuitgesproken bede,
om in tijden van vervlogen ontluiking
jou niet te ontheffen van je woord.
Want wie knoopt dan nog jouw vesten dicht
-of de mijne-
 
 
Porcelain
 
The porcelain has been nailed
on the glass plates of our cabinet,
no longer
touched by others.
The energy appears
settled, an attempt that yields
I think, but remain silent
because I do not want to sow fear in your mind.
Who will then still tie your vests
-or mine.
Our limbs like tools
too long overgrown, in heavy weather.
The fingers fragile,
the hair grey as the sight
when we stare through windows.
Come my love, sit beside me.
Let us look hand in hand,
enviously outside,
at only a few people
but younger than us today.
When I am awakened by coldness
that slips in between the slits
of my teeth,
-if you’re still asleepI sleep in my seat
my prayers,
I whisper from the body
that is disobedient to its spirit.
I whisper about half forgotten
memories
and the inevitable decline
I whisper of surrender
because that is -all- what remains.
Abrupt silence
when your silhouette
meets my eyes.
Through small gaps of your white eyelashes
protests slumber, bittersweet,
that you always carry with you
under your kippah.
I remained faithful
to your unspoken prayer,
to not to release you from your word
in times of passed by budding.
As who will then still tie your vests
-or mine
 
 
 
God
 
Waar bent u God
de pleuris is hier uitgebroken
en al geruime tijd zie ik
hoe misdadige demonen
zonder vrees of genade
doelloze mensenkinderen
in duistere machten
aanzetten tot grote schade
God
zijn uw engelen slapende
uw boodschappers wel wakende
uw mensen worden hier beneden
in grote getallen
door bommen uiteen gereten
Waar bent u God?
Ik zocht u in heilige boeken,
tussen de regels
in verhalen van overleveringen
in ontelbare meningen
van uw eigen schepsels
In de goedheid van mijn medemens
vond ik U- tevergeefs
Ik zocht U in de hoop die restte
toen het lot genadeloos bedekte
wat het leven had aangericht
vanaf het prille levenslicht
Ik zocht U in de belofte
van een geliefde, een Judas
die later mijn hart doorkliefde
God, ze vertelden mij U
te zoeken, op vrijdags in de Moskee
anderen schreeuwden een onherroepelijk Nee!
pretendeerden U juist zaterdags in
de synagogen te vinden
weer anderen probeerden mij te binden
en bezwoeren mij goedlachs
dat u zondags in de kerk alom aanwezig was.
 
2
 
De Jehova’s aan mijn deuren
presenteerden u in vele geuren en kleuren
God, de dogma’s vlogen mij om de oren
geen sterveling die mijn
scherpzinnigheid wilde horen. Stuurloos
en rabiaat- de ophef
doch gespitst op het geheim
kwam lijzig het besef
De illusie van afleiding- nabij
die mij jaren op rij -begeesterdennu wetend U bent allerwegen
in ieder eind, ieder begin, ieder moment
in iedere fractie, tussendoor en halverwege
U bent waar ik wil dat U mag zijn
Toen zag ik U in de trouwe ogen
van een dier. In de weerkaatsing
van zonlicht op het water. In de bomen
die mijn strompelen, zagen
toen ik wilde ontkomen- aan de herfst
verblind voor al het kleurenpracht
die dit jaargetij mij heeft getracht
te tonen, terwijl ik slechts wilde sterven
in stijl. En niet veel later bleek
vond ik u óók in de pijn die al
mijn willen aan stukken reet
Ik zag U in de opgezette aders
van bejaarde handen
doorzichtige zachtheid
die zelfs nu, bij het korten van de dagen
nog immer geschiedenis dragen
ik vond u in minuscule beloningen
in vriendschappen- goudomrand
Voor lang mijn denken -redundantnu van illusies en afleiding
bevrijd. Ga ik in vrede en strijd
voor de liefde in alle kleine dingen.
 
 
God
 
Where are you God?
a horrible disease has broken out here
and already for a long time I see
how criminal demons
without fear or mercy
urge innocent youngsters
in dark forces
to cause serious damage
God
are your angels sleeping,
are your messengers yet awake,
your people down here
are torn apart by bombs
in large numbers
Where are you God?
I was looking for you in holy books,
between the lines
in stories of oral traditions
in countless opinions
from your own creatures
In the goodness of my fellow man
I found You – in vain
I sought You in hope that was left
when fate covered mercilessly
what life had brought
from the early life light,
I was looking for You in the promise
of a loved one, a Judas
who later cut my heart in two
God, they told me to search for You,
on Fridays in the Mosque
others shouted an irrevocable No!
pretended to find you on Saturday
in the synagogues,
also others tried to bind me
and swore cheerfully
that you were everywhere in the church on Sundays
Jehovah’s at my doors
presented you in many scents and colours
God, the dogmas flew abundantly around
no mortal human wanted to hear
my intelligent sharpness. Drifting
and rabid- the revolt
focused on the secret
the knowledge came to me slowly
The illusion of distraction -inspiring
me for years in a rownow knowing. You are all directions
in every end, every beginning, every moment
in every fraction, in between and halfway
You are where I allow You to be
Then I saw You in the faithful eyes
of an animal. In the reflection
of sunlight on water. In the trees
seeing my stumbling
when I wanted to get out of the autumn,
dazzled by all the splendour of colours
that this season has tried
to show me, while I just wanted to die
in a stylish fashion. It turned out not much later
that I found you also in the pain
tearing all my intentions apart
I saw you in the stuffed veins
of elderly hands
transparent softness
that even now, at the shortening of the days,
still hold history
I found you in minuscule rewards
in friendships- gold rim
For long my thinking -redundantis now liberated of illusions and
distractions. I go peacefully and struggle
for love in all small things.
 
 
 
Zwanger van rood
 
Mijn lief,
voel je
de lucht is zwanger van rood
Lief,
ze zeggen dat ouderdom
heel geruisloos komt
maar met een kaliber
dat je doet vergeten
wat je zeggen wilt.
En dat het licht
niet meer schittert
in het water
en dat je eigen kroost
zich verliest
in tijd en technologieën.
Mijn enige,
Ze zeggen dat
zo naast elkaar gezeten
uren aan een stuk
je tong
niet plots
maar langzaam af gaat sterven
daarmee ook het geluk.
Zeg mij,
want mijn verstand kan het niet vatten
dat dit droevig lot
ons niet overkomen zal,
bevrijd mij
van deze neerslachtigheid
die schaduwen
op mijn hart doet werpen.
Lief,
ik zou willen dat
ik net als nu
mijn zachte wangen
liefkozend op jouw
– dan – witte baardstoppels
kan wrijven
zachtjes en steeds weer
die zindering voelen.
Mijn enige,
zeg mij dat
zo naast elkaar gelegen – dan –
de lucht nog immer
zwanger is van rood,
en jouw vingers zoals weleer
verstrengeld zullen zijn
met de mijne
wetend wat we voelen
en ik vergeet het niet.
Zeg mij lief,
dat wanneer ik eerder ga
jouw lucht
nog lang vervuld zal zijn van rood.
 
 
 
Pregnant of red
 
My love,
do you feel that the air is pregnant of red
My sweetheart,
they say that old age
comes very silently
but with a caliber
that makes you forget
what you want to say.
And that light
no longer sparkles
in the water
and that your own offspring
loses itself
in time and technologies.
My only one,
they say that
seated next to each other
hours on end
your tongue
not suddenly
but slowly dies
and with that also happiness.
So tell me,
because my mind can’t grasp it
that this sad fate
will not happen to us,
free me
of this dejection
those shadows
covering my heart.
My darling,
I wished that
I, like now,
could rub
my soft cheeks
affectionately
on yours
– then – white beard stubble
gently and feel again and again
the sensation of it.
My only one,
tell me that
lying side by side – then –
the sky is still
pregnant of red,
and that your fingers
will be intertwined
with mine like in those days,
knowing what we feel
and I will not forget it.
Tell me,
that if I go earlier
your air
will be filled of red yet for a long time.
 
 
 
Translation Hannie Rouler

 

 

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s